Interview met regisseur Sarah Moeremans over haar nieuwe toneelstuk 'Bambi'

Di 19 februari 2019

 In 1923 schreef de Oostenrijkse schrijver Felix Salten zijn roman Bambi, een leven in het woud. Bambi groeit op, the hard way: de jager schiet zijn moeder dood. Of je nu het boek leest of de Disney-film ziet, het is misschien wel het zieligste verhaal ooit. Regisseur Sarah Moeremans en schrijver Joachim Robbrecht vragen zich in Bambi af waarom dat zo zielig is. Willen we liever slachtoffer zijn dan dader? Het Bambi-verhaal geeft hen aanleiding om de ogenschijnlijk natuurlijke verdeling tussen daders en slachtoffers binnenste buiten te keren. Het resultaat is deel 2 in de theaterreeks What’s in a fairytale?!, waarin Bambi zelf aan het woord is en letterlijk en figuurlijk de regie in eigen hand neemt. Madelon Kooijman sprak met Sarah tijdens het repetitieproces.

Hoe is het idee voor de reeks What’s in a fairytale?! ontstaan?
Het in reeksen denken is ontstaan doordat ik thema’s kies waar meerdere voorstellingen in zitten. Je kunt mijn werk beschouwen als een ketting: de geboorte van de volgende voorstelling ligt al besloten in de vorige. De reeks What’s in a fairytale?! is ontstaan vanwege mijn interesse voor moraal. Onze relatie ten opzichte van moraal is behoorlijk complex. Wat mij bijvoorbeeld altijd gefascineerd heeft is dat wanneer theater het stempel ‘moralistisch’ krijgt, dit gezien wordt als iets negatiefs. Maar dat een voorstelling tegelijkertijd wel ergens over moet gaan; dat het een standpunt inneemt. Daar bespeur ik een paradox.

Als je op kerstavond zegt dat je vegetariër bent geworden terwijl oma net met veel zorg een grote kalkoen bereidt heeft, dan is dat geheid een probleem.


Sprookjes herbergen vaak een expliciete moraal en blijkbaar vinden we dat iets voor kinderen. Alsof we, zodra we volwassen zijn, wel weten wat goed is en wat niet goed; wat hoort en wat niet hoort; wat wenselijk is en wat verwerpelijk. Alsof volwassenen die moraal kunnen doorzien. Ik wil ons (mijzelf, de acteurs, het publiek) betrappen op onze morele voorgeprogrammeerdheid. Ik wil die expliciete moraal van de sprookjes dieper ondervragen: wat betekent dat eigenlijk voor ons volwassenen vandaag, de moraal van dit of dat sprookje? Is dit nog geldig of toepasbaar? Dan komt er vaak een heel complex statement naar boven drijven. Daarom ben ik met deze reeks vertrokken vanuit figuren die dermate in ons collectief geheugen zitten ingebakken dat iedereen, van 9 tot 99 jaar, daar een morele connotatie bij heeft.


Na de figuur Robin Hood is nu Bambi aan de beurt. Waarom Bambi?
Mijn parameter voor het samenstellen van de reeks What’s in a fairytale?! is de morele beladenheid van de specifieke sprookjes geweest. Ik ben vertrokken vanuit thema’s die je liever niet op familiefeestjes aansnijdt of bespreekt. Hoewel Bambi geen traditioneel sprookje is vonden we om verschillende redenen dat we rond deze figuur iets moesten maken: ten eerste is Bambi het symbool van de onschuldige en hulpeloze natuur tegenover de boosaardige mens, die vertegenwoordigd wordt door de moordende jagers in het verhaal. In werkelijkheid is de relatie tussen natuur en mens vele malen complexer.


Ik ben vertrokken vanuit thema’s die je liever niet op familiefeestjes aansnijdt of bespreekt.


Ten tweede gaat Bambi over de relatie tussen slachtoffer en dader. En ik vind het interessant dat we ons allemaal liever identificeren met het slachtoffer, Bambi, dan met de dader, de jager. Terwijl de relatie van de mens ten opzichte van de natuur iets is waar een schuldgevoel omheen hangt. Als je op kerstavond zegt dat je vegetariër bent geworden terwijl oma net met veel zorg een grote kalkoen bereidt heeft, dan is dat geheid een probleem. Als je daarna ook nog eens zegt “Ik vlieg niet omdat ik dat ecologisch niet verantwoord vind.”, kan je zeker een opmerking verwachten over het feit dat je met de auto bent gekomen. Inhoudelijk diep ik die thema’s verder uit met Joachim Robbrecht, de schrijver van deze reeks, waarmee ik gesprekken voer over wat de figuren in die verhalen betekenen of op welke manier ze relateren aan ons hedendaags denken en onze moraal. Wij hebben dan eigenlijk vrij filosofische gesprekken waarin we die moraal helemaal ontleden en allerlei dwarsverbanden zien met actuele gebeurtenissen, filosofie, beeldtaal, enzovoort.


Veel mensen kennen Bambi als de tekenfilmfiguur van Disney. Zijn jullie er met de voorstelling op uit dat beeld te doorbreken?
Het publiek gaat Bambi leren kennen als een ontevreden icoon; een ree die sinds 1942, het jaar dat de film uitkwam, een emancipatieproces heeft doorgemaakt waardoor hij geen vrede meer kan hebben met hoe hij destijds door Walt Disney de wereld is ingeschoten. Bambi probeert zich los te worstelen van alle betekenissen, waardeoordelen en etiketten die aan hem hangen sinds de verfilming van Disney. Dat doet hij door nu zelf op de regiestoel te gaan zitten. Het beeld dat Walt Disney van Bambi gemaakt heeft is dat het een iconisch slachtoffer is. Hij heeft Bambi neergezet als slachtoffer van de jaargetijden, slachtoffer van de dood van zijn moeder, slachtoffer van de jager. Hij heeft Bambi neergezet als slachtoffer van ongeveer alles wat hij tegenkomt. Het is een zeer simplistisch beeld van een ree die zelf geen handeling verricht. Onze Bambi wil nu een film maken waarin hij dat beeld aan diggelen slaat, wel initiatief neemt, de natuur een stem geeft en slachtoffers uit hun slachtofferschap verheft. Ik heb voornamelijk de behoefte om die eenduidige definitie van het fenomeen ‘slachtoffer’ te doorbreken. Bambi zegt ergens “Alsof de natuur zelf niet voor zichzelf spreekt — Ik ben toch het levende bewijs — Ik spreek toch!” Het feit dat het slachtoffer voor zichzelf kan praten vind ik belangrijk. Daardoor gaat Bambi staan voor veel meer dan een zielig reetje dat niet voor zichzelf kan instaan.

Staat Bambi symbool voor slachtofferschap in algemene zin?
De voorstelling gaat over hoe moeilijk het is om met je slachtofferschap om te gaan en je eraan te ontworstelen. Het gaat dus zeker niet alleen over de revolte van een dier, maar ook over vrouwenemancipatie en de strijd tegen racisme. Zoals gezegd, Bambi ontworstelt zich aan zijn slachtofferschap. Hij handelt en laat zich niet langer sturen noch redden. Dat wil niet zeggen dat Bambi daarom nu meteen eenduidig dader is. Er is meer dan slachtoffer- en daderschap. Bambi is een ‘survivor’. Hij draagt het verleden bij zich van het reetje dat de hele tijd uitgleed op het ijs en dat gejaagd werd. Walt Disney liet een echt reetje in zijn studio en dat hertje werd omsingeld door vijftig tekenaars die alsmaar toegeschreeuwd kregen — want Walt Disney was een tirannieke man— dat ze zijn ogen groter moesten tekenen; omdat hij er zieliger uit moest zien. Al het medelijden moest geprojecteerd kunnen worden op Bambi.


Veel van ons denken is gefundeerd in duaal denken, of het nu over de natuur gaat of over gelijkheid: we moeten voor of tegen iets zijn, we moeten dader of slachtoffer zijn.


Waar liggen voor jou de verdere inhoudelijke accenten van de voorstelling?
Eigenlijk kunnen alle thema’s die we met de voorstelling raken vertaald worden naar het dader- slachtofferschap. Naast de relatie van de mens tot de natuur gaat het expliciet ook over genderongelijkheid en het gevecht van vrouwen. Dat begint al bij het interessante feit dat mensen er vaak vanuit gaan dat Bambi een meisje is ‘omdat ze zo zielig is’. Daaruit spreekt natuurlijk een vorm van seksisme waar ik verder niet teveel woorden aan vuil wil maken. De hele emancipatie-der-seksen-golf waar we ons nu in bevinden past binnen het kader van dader- en slachtofferschap. Zo zijn er op het moment veel voorbeelden te bedenken van zogenaamd ‘onbewust’ daderschap: dan wordt de vraag gesteld of iemand nog steeds dader is als hij het niet wist of het niet zo bedoeld had. Sommige mannen legitimeren dan weer geweld tegen vrouwen omdat ze zich slachtoffer voelen van hun gedrag, zoals de ‘incels’ (nvdr: de involuntary celibate beweging, kort ‘incel’). Ik wil niet de thema’s voor ‘De Wereld Draait Door’ aansnijden maar er is een legio aan thematieken die aansluiten op dit duale denken. Veel van ons denken is gefundeerd in duaal denken, of het nu over de natuur gaat of over gelijkheid: We moeten voor of tegen iets zijn, we moeten dader of slachtoffer zijn. Dat brengt ons in die morele paradox waarover ik net sprak: We willen natuurlijk liever geen slachtoffer zijn, maar we willen ook niet als dader gezien worden. Ik denk dat deze voorstelling langs de éne kant een satire op dat duale denken is en tegelijkertijd voorbij dat denken probeert te kijken: Wanneer ben je nu eigenlijk geëmancipeerd? Wat ben je als je geen slachtoffer en geen dader bent? Hoe ziet een revolutionair dier eruit? Hoe ziet de toekomstige relatie van de natuur en de mens eruit?


Gaat de voorstelling over mensen of over dieren?

Uiteindelijk gaat de voorstelling over het gedrag van mensen ten opzichte van dieren. Hoewel er dieren centraal staan en we ook vaak vanuit het perspectief van dieren naar de wereld proberen te kijken, gaat de voorstelling dus voortdurend over hoe mensen naar de natuur kijken. Ik vraag me af of het mogelijk is om een voorstelling over dieren te laten gaan zolang er geen dieren in meespelen. Ik denk dat ik überhaupt niet anders kan dan denken als mens. Ik denk dat we als mensen gedoemd zijn om als mens te denken.



Op wat voor manier probeer jij de toeschouwer met jouw voorstellingen te prikkelen?

Ik wil via mijn voorstellingen opwindende gedachtes delen waardoor er als het goed is exaltatie ontstaat. Veeleer dan een emotionele ontroering door middel van herkenning, ben ik op zoek naar geestelijke opwinding. Ik zou willen dat mijn voorstellingen hetzelfde effect hebben als wanneer je een ingewikkeld vraagstuk oplost op een hele creatieve manier; het gevoel dat het je toch gelukt is. Je zou dus kunnen zeggen dat ik mijn publiek benader via het hoofd. Dat is ook zo, maar het hoofd is ook een deel van je lichaam. Die hoofdelijke opwinding kan bovendien ook zeker emotionele gevolgen hebben.

Voorafgaand aan het repetitieproces vindt een intensief schrijfproces plaatst met Joachim Robbrecht. Wat betekenen tekst en taal voor jou?
Taal en tekst zijn iets waar we als mensen toe gedoemd zijn. Het is het middel waar we elkaar het meest genuanceerd mee kunnen bereiken en tegelijkertijd hetgeen waar we de meeste problemen mee kunnen creëren. Taal is belangrijk omdat werelden mee bouwen en beslissingen mee nemen. Daarnaast omdat specifieke uitdrukkingen en zinnen in ons geheugen gegrift staan en de kaders bepalen waarbinnen we leven (niet alleen denken). Taal is gevaarlijk omdat we ermee kunnen liegen en manipuleren. We kunnen ons ermee verspreken, maar er ook inzichten en uitwegen mee vinden. We kunnen met taal een onverwachte verbeelding (of misschien beter ‘verwoording’) van de toekomst schetsen. Die inzichten en uitwegen liggen vaak in het poëtische potentieel van taal. Daarom is ons theater eigenlijk ook een theater van de taal. Met gevaar, inzicht en poëzie.


‘Het publiek gaat Bambi leren kennen als een ontevreden icoon; een ree die sinds 1942, het jaar dat de film uitkwam, een emancipatieproces heeft doorgemaakt waardoor hij geen vrede meer kan hebben met hoe hij destijds door Walt Disney de wereld is ingeschoten.'

De try-out van 'Bambi' What's in a fairytale?! is op zaterdagavond 2 maart te zien. Kaarten zien hier te koop. 

 

Nieuws

Winkelmandje

U heeft geen voorstellingen in uw winkelmandje.

Er is iets misgegaan met het laden van dit evenement. Probeer het later nogmaals.