Interview Veldhuis & Kemper

Veldhuis & Kemper staan dit jaar twintig jaar als duo op het podium. Een van de dingen die komt kijken bij al wat langer meedraaien, is het beter kunnen zien wat er echt toe doet in het leven en wat niet. Wat je bij je moet houden en wat je beter kunt laten gaan. Of, zoals Remco Veldhuis het zegt: ‘Je zicht wordt slechter, maar je blik op wat er toe doet scherper.’ En wat doet er dan toe? Nou, eigenlijk is dat voor iedereen hetzelfde: de relaties die je hebt met anderen. Het is een geliefd onderwerp voor Veldhuis & Kemper, wat al hun hele carrière terugkomt. En ook in deze voorstelling staan relaties weer centraal. Richard Kemper: ‘We hebben het over vriendschappen, liefdesrelaties, relaties die je hebt met je kinderen of je ouders. Maar ook over die tussen ons tweeën. Dat deden we voor het eerst in onze vorige voorstelling Geloof ons nou maar en daar bouwen we nu op door.’

 

Acceptatie

Waar het in die vorige voorstelling vooral ging over óf en hóe ze na een ingelast jaar pauze weer verder zouden gaan als duo, draait het in Hou dat vast meer om hoe ze allebei omgaan met de mensen in hun leven en dus ook met elkaar. Ze kijken elkaar recht in de ogen aan en vragen ‘wie ben jij nou eigenlijk?’. En ook: ‘wie zijn wij samen?’. Maar als je al twintig jaar zeer succesvol samen cabaretvoorstellingen maakt, dan ken je elkaar toch allang van binnen en van buiten? Dat valt soms nog vies tegen, blijkt in deze voorstelling al snel. Remco Veldhuis: ‘Ik denk dat wij jarenlang vooral geprobeerd hebben om de ander een beetje te veranderen. We waren altijd aan elkaar aan het sleutelen. Nu zijn we op het punt gekomen dat we accepteren dat de ander echt blijft zoals hij is.’

 

Vasthouden of loslaten

Hoe goed ze ook bevriend zijn, er zijn wel wat verschillen in karakter te overbruggen. Zo heeft Kemper héél veel beste vrienden en Veldhuis eigenlijk maar één of twee. En waar Kemper volgens Veldhuis het liefst zijn grote armen om alles en iedereen heenslaat, rent hijzelf daar instinctief altijd hard van weg. Kemper: ‘Ik ben absoluut de vasthouder van ons tweeën. Ik wil altijd alles en iedereen bij me houden. Remco laat veel liever alles los. We wisten eigenlijk al snel dat deze voorstelling precies dáárover moest gaan. Over vasthouden en loslaten en hoe we daarin verschillen.’

 

Persoonlijker

In 2018 werden Veldhuis & Kemper voor hun voorstelling Geloof ons nou maar beloond met een nominatie voor de Poelifinario-prijs voor beste cabaretvoorstelling van het seizoen. Veldhuis: ‘Met die voorstelling hebben we voor het eerst een meer persoonlijke toon ingezet. We baseerden onze voorstellingen natuurlijk altijd wel op persoonlijke verhalen, maar die kwamen soms zo gepolijst terug in een scène dat ze van ons af waren komen te staan. Dan was het gewoon een goede grap geworden die iedereen zou kunnen navertellen. Dat is nu echt anders. Wat er in deze voorstelling gebeurt, zit heel dicht op ons en kan alleen door ons verteld worden.’ Of gezongen, want zoals we van Veldhuis & Kemper gewend zijn, spelen ze in Hou dat vast ook weer een aantal prachtige liedjes, die ze ook als album uitbrengen.

 

Het theater vieren

De voorstelling is grotendeels geschreven voordat het coronavirus de samenleving en daarmee de theaters op slot gooide. Maar de deuren staan weer open en de zalen lopen weer vol. Kemper: ‘Weer in het theater staan is heerlijk! We hebben het zo gemist om een zaal vol mensen die elkaar niet kennen, heel hard om een grap te horen lachen en misschien af en toe zelfs stiekem een traantje te zien wegpinken.’        

 

Hou dat vast markeert twee succesvolle decennia van Veldhuis & Kemper op een podium. Op naar nog twintig jaar volle zalen? ‘Dat is een grote, belangrijke vraag die we elkaar desondanks niet stellen. Dat is nou bij uitstek een vraag die je beter kunt loslaten dan vasthouden’, lacht Kemper. ‘We bekijken nu per programma of we er nog zin in hebben met elkaar. En dat kan best nog twintig jaar voorstellingen opleveren. We zullen het zien.’ Veldhuis vult aan: ‘Dankzij ons jaartje pauze van elkaar hebben we kunnen ervaren dat we allebei ook prima functioneren zonder de ander. Dat is een gezond gevoel en maakt dat we nu beiden vol overtuiging en misschien wel vrijwilliger dan ooit ‘ja’ zeggen tegen Veldhuis & Kemper.’